Energie en milieu in wereldcijfers
Deze diavoorstelling laat vijf indicatoren over energie en milieu zien, telkens in één beeld: een ranglijst van landen, de waarde en plaats van het gemarkeerde land en het verloop over de jaren. Alle cijfers komen uit de World Development Indicators van de Wereldbank. Per indicator wisselt het beeld automatisch; Nederland is in elk beeld gemarkeerd.
| CO2 emissions per person | 167 | Nederland stoot 6,6019 ton CO2 per inwoner uit (2024) |
| Energy use per person | 153 | Het energiegebruik is 3.415,7613 kg olie-equivalent per inwoner (2024) |
| Renewable energy share | 132 | Hernieuwbare energie is goed voor 12,2% van het finale verbruik |
| Access to electricity | 81 | De toegang tot elektriciteit staat op 100,0% van de bevolking |
| Forest area | 160 | Bos beslaat 11,0574% van de landoppervlakte (2023) |
Let per beeld op de richting van de ranglijst: bij uitstoot en energiegebruik hoort plaats 1 bij de laagste waarde, bij de aandelen juist bij de hoogste. Vergelijk waarden en plaatsen niet tussen de beelden onderling, want eenheid, aantal landen en meetjaar verschillen per indicator.
Kernpunten
Op het gebied van energie en milieu zit Nederland in de meeste cijfers aan de verbruikszijde van de wereldverdeling. De CO2-uitstoot per inwoner bedraagt 6,6019 ton (2024) en dat is de 167e plaats van 203 landen en gebieden in een rangschikking waarin plaats 1 hoort bij de laagste waarde — de Nederlandse waarde ligt dus ongeveer 1,4 keer boven de wereldwaarde van 4,6933 ton. Ook het energiegebruik per inwoner (3.415,7613 kg olie-equivalent) ligt ruim 1,8 keer boven de wereldwaarde van 1.866,1646 kg, terwijl het aandeel hernieuwbare energie met 12,2% onder de wereldwaarde van 19,7356% blijft. Daar staat tegenover dat de uitstoot en het energiegebruik over twaalf jaar duidelijk zijn gedaald en dat de toegang tot elektriciteit al sinds 2012 op 100,0% staat.
*Bron: World Bank, World Development Indicators (EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5, EG.USE.PCAP.KG.OE, EG.FEC.RNEW.ZS, EG.ELC.ACCS.ZS).*
De actuele waarde van de kernindicator
De eerste indicator is de CO2-uitstoot per inwoner, exclusief LULUCF. Nederland komt uit op 6,6019 ton in 2024 en staat daarmee op plaats 167 van 203 landen en gebieden. Belangrijk bij het lezen: in deze lijst staat het land met de laagste uitstoot op plaats 1, dus plaats 167 betekent dat Nederland tot het bovenste deel van de verdeling behoort — geteld vanaf de hoogste uitstoot is het de 37e positie. Vergeleken met de wereldwaarde van 4,6933 ton ligt Nederland ongeveer 1,9 ton hoger.
*Bron: World Bank, WDI — Carbon dioxide (CO2) emissions excluding LULUCF per capita (EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5).*
Bovenaan en onderaan
Aan de kant van de laagste uitstoot staan vooral kleine eilandstaten en landen met een laag inkomen: Nauru en Tuvalu met 0,0 ton, Guam en Micronesia met 0,0018 ton, Somalië met 0,0455 ton en Congo-Kinshasa met 0,0568 ton. Aan de andere kant van de lijst staan Palau met 82,8426 ton, Qatar met 47,3322 ton, Bahrein met 23,9 ton, Koeweit met 23,6727 ton, Brunei met 20,2427 ton en Trinidad en Tobago met 19,5811 ton — overwegend olie- en gasproducenten of kleine economieën, waar de kleine bevolkingsomvang de waarde per inwoner sterk beïnvloedt. Nederland ligt met 6,6019 ton boven de wereldwaarde, maar wel op ruime afstand van die bovenkant: Qatar noteert ruim zeven keer zoveel. Bij het energiegebruik keert een vergelijkbaar gezelschap terug aan de verbruikszijde, met Qatar (16.343,0404 kg), IJsland (15.996,6796 kg) en Trinidad en Tobago (10.590,4282 kg).
*Bron: World Bank, WDI (EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5 en EG.USE.PCAP.KG.OE).*
Hoe het de afgelopen tien jaar veranderde
De Nederlandse CO2-uitstoot per inwoner daalde van 10,078 ton in 2013 naar 6,6019 ton in 2024, een afname van 3,4761 ton oftewel ongeveer 34%; de reeks laat vanaf 2017 een vrijwel onafgebroken daling zien, met een klein herstel in 2021 (8,3211 ton). Het energiegebruik per inwoner ging in dezelfde periode van 4.488,6041 kg naar 3.415,7613 kg, ongeveer 1.073 kg minder (circa 24%), waarbij de waarden van 2023 (3.418,1367 kg) en 2024 vrijwel gelijk zijn. Het aandeel hernieuwbare energie steeg van 3,9% in 2010 naar 12,2% in 2021, ruim drie keer zoveel als aan het begin van die reeks. Het bosareaal bewoog nauwelijks: van 10,9733% in 2012 naar 11,0574% in 2023, een verschil van minder dan 0,1 procentpunt. De toegang tot elektriciteit staat sinds 2012 elk jaar op 100,0%.
*Bron: World Bank, WDI (EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5, EG.USE.PCAP.KG.OE, EG.FEC.RNEW.ZS, AG.LND.FRST.ZS, EG.ELC.ACCS.ZS).*
Vergelijking met vergelijkbare landen
Bij de CO2-uitstoot per inwoner zit Nederland (6,6019 ton) dicht bij buurland Duitsland (6,944 ton, een verschil van ongeveer 0,34 ton), duidelijk onder de VS (13,6196 ton), Zuid-Korea (11,3623 ton), China (9,3151 ton) en Japan (7,8424 ton), maar boven het VK (4,2241 ton) en Frankrijk (4,0036 ton) — ruwweg 1,6 keer de Franse waarde. Bij het energiegebruik per inwoner ligt Nederland met 3.415,7613 kg juist het hoogst van dit gezelschap op de VS (6.359,4398 kg) en Zuid-Korea (5.438,7904 kg) na, boven Frankrijk (3.184,7895 kg), Japan (3.005,899 kg), China (2.850,9415 kg), Duitsland (2.824,5901 kg) en het VK (2.071,0233 kg). Het aandeel hernieuwbare energie is met 12,2% gelijk aan dat van het VK en lager dan in Duitsland (17,6%), Frankrijk (16,2%) en China (15,2%); alleen de VS (10,9%), Japan (8,8%) en Zuid-Korea (3,6%) liggen lager. Het bosaandeel is met 11,0574% het laagste van deze groep, onder het VK (13,2907%), China (24,0319%), Frankrijk (32,4765%), Duitsland (32,6789%), de VS (33,8669%), Zuid-Korea (64,1086%) en Japan (68,3958%).
*Bron: World Bank, WDI (EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5, EG.USE.PCAP.KG.OE, EG.FEC.RNEW.ZS, AG.LND.FRST.ZS).*
Hoe u deze cijfers leest
De CO2-cijfers betreffen uitstoot exclusief LULUCF (landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw), gedeeld door het inwonertal; het gaat om productiegebonden uitstoot, zodat emissies die bij de productie van ingevoerde goederen in het buitenland ontstaan er niet in zitten. Energiegebruik is uitgedrukt in kg olie-equivalent aan primaire energie en hangt sterk samen met de economische structuur, het klimaat en de omvang van bijvoorbeeld doorvoer- en industriële activiteiten. Het aandeel hernieuwbare energie is een aandeel van het finale energieverbruik; landen die veel traditionele biomassa gebruiken komen daardoor hoog uit, wat de koppositie van Congo-Kinshasa (96,3%) en Somalië (95,4%) mede verklaart. Het bosaandeel wordt gemeten ten opzichte van de landoppervlakte, zodat de betekenis verschilt tussen grote en kleine landen. Bij de toegang tot elektriciteit staan zeer veel landen op precies 100,0%; verschillen in plaatsnummer tussen die landen zeggen daarom niets. Alle reeksen bevatten schattingen en aanpassingen voor internationale vergelijkbaarheid, het meest recente jaar verschilt per indicator (2021 tot 2024) en de gegevens worden jaarlijks bijgewerkt — conclusies zijn daarom met terughoudendheid te trekken.
*Bron: World Bank, World Development Indicators — https://data.worldbank.org/indicator/EN.GHG.CO2.PC.CE.AR5.*
CO2-uitstoot per inwoner op de kaart en in grafieken
| Rang | Land / gebied | t |
|---|---|---|
| 1 | Nauru | 0 |
| 2 | Tuvalu | 0 |
| 3 | Guam | 0 |
| 4 | Micronesia | 0 |
| 5 | Amerikaanse Maagdeneilanden | 0 |
| 165 | Oostenrijk | 6.32 |
| 166 | Bosnië en Herzegovina | 6.45 |
| 167 | Nederland | 6.6 |
| 168 | Zuid-Afrika | 6.88 |
| 169 | Duitsland | 6.94 |
| 201 | Bahrein | 23.9 |
| 202 | Qatar | 47.33 |
| 203 | Palau | 82.84 |
Bovenaan de tabel staan landen met de laagste uitstoot, zoals Nauru en Tuvalu met 0,0 ton en Guam met 0,0018 ton; onderaan staan Palau met 82,8426 ton en Qatar met 47,3322 ton. Nederland staat met 6,6019 ton in de bovenste helft van de verdeling, dicht bij Duitsland (6,944 ton).
De trendlijn loopt van 10,078 ton in 2013 naar 6,6019 ton in 2024, een daling van ongeveer 34% met een klein herstel in 2021 (8,3211 ton). De staven laten zien hoe groot de spreiding is: de hoogste waarde ligt meer dan twaalf keer boven die van Nederland.
Landen vergelijken
Energieverbruik per inwoner
| Rang | Land / gebied | kg olie-equiv. |
|---|---|---|
| 1 | Lesotho | 9.73 |
| 2 | Oost-Timor | 60.7 |
| 3 | Guinee-Bissau | 65.47 |
| 4 | Comoren | 66.46 |
| 5 | Zuid-Soedan | 68.66 |
| 151 | Oostenrijk | 3,242 |
| 152 | Iran | 3,399 |
| 153 | Nederland | 3,416 |
| 154 | Tsjechië | 3,416 |
| 155 | Nieuw-Zeeland | 3,559 |
| 177 | Trinidad en Tobago | 10,590 |
| 178 | IJsland | 15,997 |
| 179 | Qatar | 16,343 |
Aan de lage kant van de tabel staan Lesotho (9,7273 kg), Oost-Timor (60,7032 kg) en Guinee-Bissau (65,4727 kg); aan de hoge kant Qatar (16.343,0404 kg), IJsland (15.996,6796 kg) en Trinidad en Tobago (10.590,4282 kg). Nederland ligt aan de verbruikszijde, boven Duitsland (2.824,5901 kg) en onder de VS (6.359,4398 kg).
De lijn daalt van 4.488,6041 kg in 2013 naar 3.415,7613 kg in 2024, ruwweg 1.073 kg minder, met nauwelijks verschil tussen 2023 en 2024. De staven tonen een verdeling waarin de hoogste waarde bijna vijf keer die van Nederland bedraagt.
Aandeel hernieuwbare energie
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Congo-Kinshasa | 96.3 |
| 2 | Somalië | 95.4 |
| 3 | Liberia | 92.8 |
| 4 | Gabon | 91.3 |
| 5 | Centraal-Afrikaanse Republiek | 90.9 |
| 130 | Australië | 12.3 |
| 131 | Marshalleilanden | 12.2 |
| 132 | Nederland | 12.2 |
| 133 | VK | 12.2 |
| 134 | Guyana | 12.1 |
| 210 | Gibraltar | 0 |
| 211 | Qatar | 0 |
| 212 | Sint-Maarten | 0 |
Bovenaan staan Congo-Kinshasa (96,3%), Somalië (95,4%) en Liberia (92,8%), waar veel traditionele biomassa wordt gebruikt; onderaan staan Qatar, Brunei en Bahrein met 0,0%. Nederland zit met 12,2% in de onderste helft, gelijk met het VK en onder Duitsland (17,6%).
De trendlijn stijgt van 3,9% in 2010 naar 12,2% in 2021, ruim drie keer zoveel, en loopt niet verder door dan 2021. De staven maken zichtbaar hoe ver de kopgroep boven de negentig procent uitkomt, terwijl het middenveld dicht opeen ligt.
Toegang tot elektriciteit
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Albanië | 100 |
| 2 | Algerije | 100 |
| 3 | Andorra | 100 |
| 4 | Antigua en Barbuda | 100 |
| 5 | Argentinië | 100 |
| 79 | Marokko | 100 |
| 80 | Nauru | 100 |
| 81 | Nederland | 100 |
| 82 | Nieuw-Caledonië | 100 |
| 83 | Nieuw-Zeeland | 100 |
| 214 | Tsjaad | 12 |
| 215 | Burundi | 11.6 |
| 216 | Zuid-Soedan | 5.4 |
De tabel toont bovenaan een lange rij landen die alle exact 100,0% halen, van Albanië tot Bahrein; onderaan staan Zuid-Soedan (5,4%), Burundi (11,6%) en Tsjaad (12,0%). Nederland hoort bij de groep op 100,0% en is daarbinnen niet van de andere landen te onderscheiden.
De lijn is vlak: van 2012 tot en met 2023 elk jaar 100,0%. De staven laten vooral het verschil zien tussen landen die volledige dekking hebben en het onderste deel van de lijst, waar minder dan een kwart van de bevolking is aangesloten.
Bosareaal (% van het landoppervlak)
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Suriname | 94.45 |
| 2 | Micronesia | 92.16 |
| 3 | Gabon | 91.18 |
| 4 | Palau | 90.54 |
| 5 | Salomonseilanden | 90.06 |
| 158 | Rwanda | 11.31 |
| 159 | Turks- en Caicoseilanden | 11.07 |
| 160 | Nederland | 11.06 |
| 161 | Oeganda | 11.04 |
| 162 | Mali | 10.9 |
| 212 | Monaco | 0 |
| 213 | Nauru | 0 |
| 214 | Qatar | 0 |
Bovenaan staan Suriname (94,4476%), Micronesia (92,1571%) en Gabon (91,1824%); onderaan Qatar, Monaco, Nauru en Gibraltar met 0,0%. Nederland ligt met 11,0574% in de onderste helft, onder het VK (13,2907%) en ver onder Japan (68,3958%).
De trendlijn is nagenoeg vlak: van 10,9733% in 2012 naar 11,0574% in 2023, minder dan 0,1 procentpunt verschil. De staven en de kaart laten zien dat het aandeel sterk samenhangt met de omvang en aard van het landoppervlak.